Het had een hoogtepunt moeten zij, de veiling van de Porsche Type 64, een wagen die Ferdinand Porsche 10 jaar voor de oprichting van zijn merk in elkaar schroefde. Al draaide dat volledig anders uit …

In 1939 krijgt Ferdinand Porsche de opdracht om een sportwagen te bouwen op basis van de Kever. Een sportwagen die mee moest dingen naar de overwinning in de prestigieuze rally Berlijn-Rome in het najaar.

Porsche sleutelde nog volop aan drie proefmodellen van wat de Type 64 zou worden, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De Rally ging bijgevolg niet meer door, en de drie testexemplaren bleven achter. Tijdens de Oorlog zou het eerste exemplaar in de prak gereden worden door de fabrieksdirecteur van Volkswagen. De andere twee bleven in het bezit van de familie Porsche.

Der Ahnherr

Het tweede exemplaar werd vernield na de Oorlog, waardoor deze Type 64 het enige overgebleven model is. Een dat ontegensprekelijk al het Porsche-dna heeft, hoewel het merk pas later zou opgericht worden (en hij eigenlijk vooral uit VW- en Fiat-onderdelen bestaat. Meer nog, Ferry Porsche plakte in 1947 het Porsche-logo zoals dat vandaag nog gebruikt wordt op de snuit van de vooroorlogse Type 64.

De wagen werd in 1949 verkocht uit geldnood aan de Oostenrijkse racepiloot Otto Mathé. Nadien probeerde de constructeur enkele malen de Type 64 terug in zijn bezit te krijgen, zonder succes. Dat er in de briefwisseling met Mathé steevast over ‘Der Ahnherr‘ (de voorloper) werd gesproken, bouwt mee aan het mythische karakter van de Type 64.

Er werd vanuit het oldtimerwereldje dan ook met spanning naar de veiling in Monterey gekeken. De eerste ‘echte’ Porsches, 356’s uit 1948, gaan immers voor 4 tot 8 miljoen onder de hamer, maar Der Ahnherr zou tot 20 miljoen kunnen opleveren.

Seventeen or Seventy?

Maar uiteindelijk draaide de veiling in Californië dus uit op een sisser … er werd meteen 30 miljoen dollar geboden via de telefoon. En daarna 40 … 50 … 60 … 70 miljoen euro! Al lag er een spraakverwarring aan de basis van die spectaculaire stijging. De telefonische bieders dachten dat het om 13, 14 en 15 miljoen ging, dat je uitspreekt als thirteen, fourteen en fifteen. Het lijkt erg veel op thirty, forty en fifty. Pas bij seventy million scheen het belletje te rinkelen bij de veilingmeester. Een pijnlijke blunder … de wagen werd dan ook niet verkocht.

De verwarring tijdens het bieden kan je hieronder bekijken: