Test Opel Astra 1.2T 130: Meer dan marketing

1134

Hoewel de Fransen van PSA tegenwoordig de lakens uitdelen bij Opel, zijn het toch de voormalige broodheren van GM die nog achter de recentste facelift van de Astra zitten. Al is dat er op het eerste gezicht allesbehalve aan te merken.

Status quo. Het is de enige logische conclusie die je kunt trekken wanneer je voor het eerst oog in oog komt te staan met de nieuwe Opel Astra. Hoewel de samen met PSA ontwikkelde opvolger van deze Astra K al in de steigers staat, wil Opel de verkoop nog een tijdje gaaf houden met een tussentijdse update. Die heeft – in tegenstelling tot wat je daarnet al voorbarig concludeerde – niettemin meer om het lijf dan de extra chroombiesjes en hertekende lichtunits die ons zo vaak door de strot geramd worden door verscheidene marketingafdelingen, want onder de schulp van de Duitse middenklasser schuilt zowaar een volledig nieuwe generatie driecilinders. Wij trokken op stap met de 1.2T, een 130 pk sterke turbobenzine… maar geen vermomde 1.2 PureTech. Ceçi n’est pas une Peugeot, quoi.

In tegenstelling tot de nieuwe Corsa, die al wél Franse genen in zich draagt, moet de oorspronkelijk door GM ontwikkelde Astra dus nog even op eigen (lees: Duits-Amerikaanse) benen staan. Bespaar je dan ook de moeite om gelijkenissen te zoeken met pakweg de Peugeot 308, die synergieën zullen pas bij de volgende modelwissel zichtbaar worden. Evenmin zichtbaar zijn de verschillen met de uittredende Astra, want op uiterlijk vlak lijkt de neofiet als twee druppels water op de middenklasser die hem voorafging. Pas wanneer je goed kijkt, merk je dat de chromen strip op het radiatorrooster zich het ‘snorretje’ van de Insignia aanmeet, terwijl de uiteinden voortaan uitmonden in de (licht) gewijzigde led-lichtsignatuur. Dankzij een resem kleinere ingrepen (o.a. actieve koelsleuven en een volledig beklede bodemplaat) zakt de Cd-coëfficient tot 0,26, met alle gunstige gevolgen van dien voor het verbruik en de CO2-emissies.

CO2: het hoge woord is eruit. Opel weigert – naar analogie met de andere merken uit de PSA-groep – ook maar één cent boete te betalen aan Europa (dat de constructeurs een vlootgemiddelde van 95 g/km oplegt vanaf 2021, nvdr), alle ingrepen aan de Astra waren er dus op gericht om het verbruik en de emissies verder te beteugelen. Om de beloofde besparing van zo’n 21 procent te realiseren, kwamen de ingenieurs uit Rüsselsheim met een volledig nieuwe motorenfamilie op de proppen, bestaande uit een 1,2 liter-driecilinder in vermogenversies van 110, 130 en 145 pk, een 1,4 liter-turbobenzine met 145 pk en een zelf ontwikkelde CVT-transmissie, bovenop een gloednieuwe 1,5 liter-zelfontbrander met 105 of 122 paarden, die zich als enige laat koppelen aan een nieuwe negentrapsautomaat. Alle motoren met een manuele transmissie blijven op papier netjes onder de 100 g CO2/km, in de praktijk schommelde het verbruik van onze testwagen met de 130 pk sterke 1.2T en manuele zesbak tijdens onze eerste kennismaking rond de 5,8 l/100 km.

Liever serieus dan sportief

Onderweg hebben we Opel’s nieuwe driepitter leren kennen als een vrolijk roffelende metgezel, die een levendig karakter aan een grote souplesse weet te paren. Hij deed ons ironisch genoeg zelfs een beetje aan de… 1.2 PureTech denken, nog zo’n motor die bij het optrekken een aanstekelijke driecilinderklank tentoonspreidt om, eens op kruissnelheid, quasi volledig naar de achtergrond te verdwijnen. Om het dynamische karakter van het kleine torretje te onderstrepen, was onze test-Astra ook voorzien van de nieuwe (optionele) sportophanging met Watt-link op de achteras, waardoor laterale krachten beter worden opgevangen dan bij een reguliere torsieas. Samen met de herziene stuurinrichting, die merkelijk directer werd afgesteld, leverde het naar ons aanvoelen echter een iets te nerveus weggedrag op.

Anders gezegd: wie nog wat optiebudget te spenderen heeft, gaat dus beter voor de verwarmde én geventileerde zetels met AGR-label en massagefunctie, het vernieuwde (en veel reactievere) Multimedia Navi Pro-infotainmentsysteem met 8 inch groot touchscreen of de Bose-geluidsinstallatie. Voor de volledigheid vermelden we ook nog de voortaan digitale instrumentencluster, de verbeterde achteruitrijcamera en een inductieve lader voor smartphones, de rest van het interieur heeft Opel volledig ongemoeid gelaten.

Conclusie

De Opel Astra was sinds de ingrijpende make-over in 2016 al één van de ‘veilige’ keuzes in het C-segment, deze nieuwkomer had dan ook weinig reden om het onkreukbare imago van zijn voorganger op het spel te zetten. We hebben niets dan lof voor de nieuwe driecilinder, die een aanstekelijk karakter weet te verzoenen met lage gebruikskosten, terwijl ook de uitrusting erop vooruitging. Maar de allergrootste verdienste van de Astra blijft wellicht nog zijn schappelijke prijs: een correct aangeklede Duitse middenklasser voor 20.990 euro (1.2T met 110 pk) hoef je bij Volkswagen (laat staan Audi of BMW) al lang niet meer te zoeken…