Op het Gran Turismo World Tour Event in Salzburg loopt het vol met jongeren die hopen om een legendarische autopiloot te worden … in de digitale wereld. Dit is de toekomst van de autosport, klinkt het.

“E-sports zijn aan een steile opmars bezig”, weet Nicki Lowe, de PR-manager van Sony die ons tijdens het evenement begeleidt. Op termijn ziet Lowe digitaal racen zelfs de bovenhand nemen op fysiek racen. “Hier moet je je niet druk maken om uitstoot en vervuiling. Daarenboven zijn alle omstandigheden te controleren, waardoor we echt opwindende uitgangspunten voor races kunnen ontwerpen – instellen dat het begint te regenen bijvoorbeeld. Tot slot zijn de races ook een stuk spectaculairder. De piloten moeten zich niet druk maken over de fysieke gevolgen van een crash, waardoor er veel dichter bij elkaar geracet wordt. Je ziet hier inhaalmanoeuvres die je op een circuit nooit zou zien.”

En dat heeft zo zijn aantrek. De wedstrijden worden door miljoenen mensen wereldwijd gevolgd op internet en er is live commentaar in 6 verschillende talen aanwezig: Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans en Portugees. En dan heb je nog de Japanners, die het commentaar vanuit Tokio verzorgen. De races krijgen een hele omkadering met reportages, interviews en een nabeschouwing, net als de Formule 1 op de grote tv-zenders.

De groeiende populariteit zorgt ook voor een professionalisering bij de deelnemers, die eerst online met elkaar de strijd aangaan om zich te kwalificeren voor de World Events. Online community’s waarbij tips worden uitgewisseld groeien als paddenstoelen uit de grond. “Ze trainen als profs en verdienen het te zijn als je hun skills bekijkt, maar de meesten zijn het niet. Ik hoop alvast dat we nog stappen kunnen zetten”, aldus Lowe.

Laagdrempelige topsport

Een van de racers is Simon Bishop. De Nieuw-Zeelander rijdt voor team Toyota tijdens de Manufacturers Series en reisde 28 uur om in Salzburg te kunnen racen. “Ik heb nog wat last van de jetlag, maar het komt wel goed”, lacht hij. Ook Simon hoopt dat simulatieracen ooit zal doorbreken. “Het is al bij al een vrij toegankelijk, zeker in vergelijking met reguliere autosport. Voor een paar honderd euro heb je een stuur, de pedalen, het scherm en een Playstation met de game, terwijl racen in karts al snel een paar duizend euro per jaar kan kosten als je wat fanatiek bent. En hier kan je met haast elke wagen racen die je hart begeert.”

In zijn thuisland heeft Simon een gewone job en racet hij als hobby. “De autosportbond is simracen niet zo genegen. En ook de automerken zetten er niet echt op in als marketingtool. Ik zou echter niet liever willen dan op evenementen van Toyota tegen bezoekers te racen, video’s te maken voor hun YouTube-kanaal enzovoort, zoals professionele FIFA-spelers dat doen voor voetbalploegen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de sport zal doorbreken en wie weet kan ik dan ook de stap naar een echte profcarrière zetten”, besluit hij.