Nieuwe Audi-nomenclatuur cijfert elke logica weg

781

Na BMW en Mercedes heeft nu ook Audi beslist om de logica van zijn typeaanduidingen (1.4 TSI, 1.6 TDI, …) volledig overboord te kieperen. Waardoor je binnenkort een A3 35 TSI of een A8 50 TDI kan kopen. Eerlijk? We begrijpen er geen jota van.

Een of andere hogere macht uit Ingolstadt heeft zijn licht laten schijnen op de nomenclatuur van het Audi-gamma, en vond blijkbaar dat er nog marge was voor verbetering. De huidige strategie, waarbij de vermogensaanduiding iets prijsgeeft over de longinhoud van de motor, is volgens hem hopeloos voorbijgestreefd. Maar wat we dan over de nieuwe logica moeten denken, blijft ons voorlopig een groot raadsel.

De theorie

Zet je schrap. Voortaan zal de motorisatie van een Audi niet langer ingedeeld worden aan de hand van de longinhoud, wel via een cijfer tussen 30 en 70. Dat lijkt duidelijker dan 217 tot 534, maar waarom geen 0 tot 10? Of 0 tot 100? De cijfercombinaties voor de vermogensaanduiding nemen telkens in stappen van vijf toe (30, 35, 40, 45, etc) en vertegenwoordigen de hiërarchie zowel binnen een modellenreeks als binnen het volledige merkgamma. Modellen met het cijfer 30 beschikken over een vermogen tussen 81 en 96 kW, ofwel 110 tot 130 pk. De 45-categorie vertegenwoordigt alle Audi’s met een vermogen tussen 229 en 251 pk, enzoverder. Het cijfer zal gevolgd worden door het gekende TFSI, TDI, g-tron of e-tron suffix, zodat je op z’n minst nog kan traceren welke brandstof je Audi het liefst lust.

Onderaan de ladder zullen we binnenkort dus de Q2 30 TFSI vinden, aan het andere uiteinde een Audi Q7 50 TDI. En om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken, zijn er ook uitzonderingen die de regel bevestigen: de S- en RS-modellen behouden hun huidige benamingen, net als de R8. Alle nieuwe Audi-modellen zullen over de nieuwe vermogensaanduidingen, te beginnen met de nieuwe Audi A8. Nadien volgt ook de rest van het gamma, tegen medio 2018 moet de hele operatie achter de rug zijn.

Onze opinie

“Met de toenemende relevantie van alternatieve aandrijftechnologieën zal cilinderinhoud als vermogenskenmerk aan belang inboeten bij onze klanten. De duidelijke logica van de toekomstige aanduiding volgens aandrijfvermogen maakt het mogelijk om het aanbod van de vermogensniveaus te differentiëren,” zo verantwoordt dr. Dietmar Voggenreiter, verantwoordelijke voor verkoop en marketing bij Audi, de beslissing.

Het is inderdaad een feit dat de onderhuidse mechaniek stilaan van ondergeschikt belang is bij een bepaald deel van de automobilisten, terwijl trotse autorijders vaak niet opgezet zijn met een bescheiden 1.4 of 2.0-typebenaming op hun drukgevoede of elektrisch ondersteunde Audi. Maar of dit dan een elegantere oplossing is? Wij menen alvast van niet.

Met slechts twee categorieën tussen 130 en 230 pk, lijkt het erop dat de meerderheid van de Audi-rijders in deze schijven terecht zal komen. Zo’n brede en onregelmatige indeling zegt overigens nog steeds bitter weinig over het werkelijke vermogen van de wagen… Dit gezegd zijnde valt Audi niet meer te verwijten dan de vrienden uit Stuttgart en München, die al langer een absurde cijferlogica hanteren om hun motorisaties uit elkaar te houden.