Volgens zijn criticasters was hij lelijk, traag, oncomfortabel en gulzig. Bovendien werd hij geboren onder het slechtst mogelijke gesternte: dat van Hitlers Derde Rijk. Ondanks die dubieuze voorgeschiedenis groeide de KdF-Wagen – later bekend als de Volkswagen Kever – de voorbije 80 jaar uit tot het grootste Wirtschaftswunder dat Duitsland ooit heeft voortgebracht. Hoe dat komt, gingen we vragen aan één van Belgiës grootste Kever-kenners.

“Ik ben gewoon een Volkswagen-mens”, zo meent Bob Van Heyst ons een uitleg verschuldigd wanneer we op een stralende lentedag zijn fabelachtige VW-heiligdom in Sint-Job-in-‘t-Goor betreden. Geen idee of we ooit al een grotere open deur hebben weten intrappen, want met een florerend bedrijf in wisselstukken voor luchtgekoelde Volkswagens en één van de meest waardevolle collecties die ons land rijk is, kan de Antwerpenaar zijn automobiele voorkeuren nu eenmaal moeilijk onder stoelen of banken steken. Van Heyst staat in het VAG-wereldje te boek als een man die zijn pappenheimers kent, sommigen noemen hem zelfs een internationale autoriteit. Kortom, de geknipte man om wat te keuvelen over de 80e verjaardag van de Volkswagen Kever… die eigenlijk een Ford had kunnen zijn. Hallo, Bob?

AutoBuzz.be: De begindagen van de Volkswagen Kever voeren ons onvermijdelijk terug naar de hoogdagen van het Nationalsozialismus. We weten intussen dat de Kever – in tegenstelling tot wat hij zelf liet uitschijnen – niét het geesteskind van de Führer was… maar wie zat er dan wel achter de tekentafel?

Van Heyst: Ik weet waar je op aanstuurt, maar dat zal een eeuwige discussie blijven, vrees ik. Zowel Ferdinand Porsche, die volgens de overlevering door Hitler werd aangeduid om een ‘volkswagen’ te ontwikkelen, als Josef Ganz (een Hongaars auto-ingenieur met joodse roots die volgens autohistorici de aanzet naar de eerste Kever gaf, nvdr) stonden zeker mee aan de wieg, maar wie zich nu de échte vader van de Kever mag noemen… Porsche heeft er uiteindelijk wel zijn naam onder gezet, maar succes heeft vele vaders, laat ons zeggen. Steve Jobs heeft ook de draadloze telefoon niet uitgevonden, hé.

AB: Klopt het dat de gehavende Volkswagenfabriek na het einde van de Tweede Wereldoorlog aan Ford is aangeboden?

Van Heyst: Dat klopt… en de Amerikanen hebben geweigerd. Als je ziet over welke industriële kennis Ford op dat moment beschikte, mag je die zet gerust als één van de grootste gemiste kansen – om het woord flater niet in de mond te nemen – uit de automobielgeschiedenis beschouwen. Als er één firma was in de wereld die de visie had moeten hebben om het potentieel van de Kever in te schatten… onbegrijpelijk. Achteraf kwam de fabriek onder het Britse gezag van majoor Ivan Hirst, en dat bleek zowat het beste wat Volkswagen ooit is overkomen. Wat Hirst voor de wederopstanding van Volkswagen heeft gedaan, is fenomenaal. Ik heb foto’s gezien van Volkswagen-werknemers die in 1946 half geassembleerde auto’s tussen het oorlogspuin versleepten om ze verder te kunnen afwerken. Hirst en zijn mannen verstonden als geen ander de kunst om het moraal weer op te krikken, om de fabrieksarbeiders – vooral Italiaanse dwangarbeiders – weer moed in te spreken. Die mensen konden niet terug naar Italië, die hadden niets meer. Alleen ‘hun’ Volkswagen-fabriek.

AB : ‘Wir schaffen das’, avant la lettre.

Van Heyst: Zoiets, ja. Al heeft de Kever zijn succes vooral te danken aan een andere dooddoener: ‘Deutsche Gründlichkeit’. In Europa konden mensen een auto kopen die betaalbaar was en die bleef rijden, en in Amerika waren ze ook wel eens toe aan iets anders dan die logge Chevy’s. Tel daar de briljante marketingcampagnes nog bij, en de trein was vertrokken, hé.

AB: Om pas 21 miljoen stuks later weer tot stilstand te komen.

Van Heyst: Je mag me verbeteren, maar volgens mij kent onze wereld maar een paar echte iconen. Een colaflesje herkent iedereen, waar ook ter wereld. Een Kever, idem dito. Daarom dat het me altijd verwonderd heeft dat de Volkswagen-bus nog een veel groter icoon is geworden dan de Kever zelf.

De wereld heeft maar een paar echte iconen: het colaflesje, de Kever. Facebook? Komt niet eens in de buurt. – Bob Van Heyst

AB: Met dank aan de hippiebeweging?

Van Heyst: Dat gevoel van vrijheid zat er zeker tussen, maar ik denk vooral dat mensen gewoon betere herinneringen hebben overgehouden aan die bussen. Wat je daar allemaal mee kon doen! En vergeet ook de invloed van de campers niet hé, zeker in Amerika, hét rijland bij uitstek…

Pedigree

AB: Hoe is je eigen fascinatie voor de Volkswagen Kever gegroeid?

Van Heyst: Tja, hoe groeit zoiets… Mijn vader heeft in de jaren ’60 meer dan 1 miljoen kilometer gereden met zijn drie Kevers, dus de paplepel zal er allicht wel voor iets tussen zitten (lacht). Daarna is hij overgestapt naar een Volvo Amazon, tot zijn grote tevredenheid trouwens. Via vrienden ben ik in het Volkswagen-milieu blijven hangen, op woensdagnamiddag kochten we versleten Kevers op – aan 300 frank, nota bene – om er de resterende benzine uit te tutteren en de auto’s met winst door te verkopen voor export. Prachtige tijd was dat. Als we ’s avonds uitgingen, waren we rijke tisten (lacht). In die periode was Antwerpen ook zowat het epicentrum van de internationale punkscene, zo’n Kever was als jonge gast dan ook het ultieme cultobject om je af te zetten tegen het establishment.

AB: En het is duidelijk niet bij die ene Kever gebleven…

Van Heyst: Niet echt, neen (lacht). Al was het nooit echt mijn bedoeling om er ook mijn beroep van te maken. Pas toen ik met vrienden naar Engeland trok om Kever-onderdelen te gaan kopen, ging er een nieuwe wereld voor ons open. Zo ben ik in mijn tuinhuis begonnen met het verkopen van onderdelen, met de werkbank van mijn vader als balie. Een paar verhuizingen later heb ik met BBT 21 mensen in dienst, en zijn we uitgegroeid tot één van de vijf grootste leveranciers ter wereld voor luchtgekoelde Volkswagens. We verkopen hier ook oldtimers, maar daarnaast zie je toch vooral Kevers en Volkswagen-busjes uit mijn persoonlijke collectie staan. Vandaag heb ik twee brilkevers uit 1949 en 1950, een heel speciale cabrio uit 1952, eentje uit 1958 en dan nog een folietje: een Kever-taxi. Vierdeurs.

AB: Wat maakt die cabrio dan zo speciaal?

Van Heyst: Heel simpel: pedigree. Bij mij moet een oldtimer niet in concoursstaat verkeren, je ziet trouwens aan al mijn auto’s dat ze geleefd hebben. Het verhaal dat ze met zich meedragen, dat maakt hen net zo speciaal. Je hebt daarnet misschien al gezien dat we onze ’52 cabrio helemaal aan het prepareren zijn in het atelier? Wel, morgen rij ik ermee naar Parijs. Om de wagen te herenigen met de man die hem in 1952 heeft aangekocht.

AB: Kippenvel.

Van Heyst: Kijk (toont zijn eigen arm). In mei 2016 heb ik lukraak een brief gestuurd naar het adres waarop de wagen voor het eerst is ingeschreven. Anderhalf jaar later heb ik een antwoord gekregen van de intussen hoogbejaarde Fransman die in 1952 mijn Kever cabrio heeft gekocht. Dat hij vurig hoopte dat ik de wagen nog altijd in mijn bezit had, of ik hem foto’s kon bezorgen… en van het één kwam het ander. Spijtig dat het weer morgen niet echt meezit, maar één ding is zeker: voor ons twee gaat de zon schijnen (lacht).

AB: Is dat dan je drijfveer als verzamelaar? Lange verhalen nog langer proberen te maken?

Van Heyst: Ik doe het niet voor het geld, zoveel is zeker. Het kan me trouwens niet schelen hoeveel een auto waard is, mijn collectie dient om mee te rijden. Welke zin zou mijn leven hebben, mocht ik de komende twintig jaar alleen maar oldtimers afstoffen? Je hebt verzamelaars die de ongelofelijke geschiedenis van hun auto’s koesteren – en dat is hun volste recht – maar ik probeer effectief nog een stapje verder te gaan. Daarom zoek ik ook alleen naar echte survivors, auto’s in hun eerste lak. Of zoals een vriend van mij het ooit treffend verwoordde: ‘you can paint a lot of fun out of a car’. Ik wil terug het gevoel ervaren dat die auto’s moeten opgewekt hebben toen hun eerste eigenaar er voor de eerste keer zijn straat mee inreed. Wat dreef een Fransman om in 1952 een Kever cabrio te kopen? Dat fascineert mij mateloos.

AB: Nu is de beleving daarentegen soms ver te zoeken…

Van Heyst: Wij begrijpen elkaar (knipoogt).

Met dank aan BBT – http://www.bbt4vw.com

Volgende week – 70 jaar Citroën 2PK: Het Mysterie van de 2CV

[wpml_language language="nl"] [/wpml_language]