Vernieuwde Ford Ranger zegt vijfcilinder vaarwel

762

De Ford Ranger, met 51.500 exemplaren veruit de meest verkochte pick-up op Europese bodem, krijgt midden 2019 een opvolger. En dat is tegelijkertijd goed… en slecht nieuws.

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: de 3,2 liter grote TDCi-vijfcilinder van 200 pk figureert, zoals gevreesd, niet langer in Fords toekomstplannen. De strengere CO2-wetgeving doet de Amerikanen logischerwijze teruggrijpen naar de nieuwe 2 liter EcoBlue-diesel, die zowel de 2.2 als de 3.2 TDCi komt aflossen. Binnenkort zal je als klant dus kunnen kiezen uit versies met enkele of dubbele turbo, waarbij het vermogen varieert tussen 130, 170 en 213 pk. Ondanks de gedownsizede krachtbron blijven zowel het sleep- (3,5 ton) als laadvermogen (1.252 kilogram) intact, het verbruik zou – voor wie de nieuwe tientrapsautomaat heeft aangevinkt op de optielijst – daarentegen wel zo’n 9 procent lager moeten uitvallen.

De subtiele facelift van deze gewone Ranger staat verder haaks op het m’as-tu vu-gehalte dat de Ranger Raptor dezer dagen op het Salon van Brussel serveert, enkel een hertekende grille, een gewijzigde voorbumper en twee nieuwe koetswerkkleuren wijzen erop dat je met een vernieuwde Ranger te maken hebt. Binnenin zijn de wijzigingen ingrijpender, met onder meer een aantal nieuwe rijhulpsystemen (noodremfunctie met voetgangerdetectie, parkeerhulp, slimme snelheidsregelaar met verkeersbordenherkenning, …), een interieur met een verbeterde kwaliteitsperceptie en de Active Noise Control-technologie uit de Edge, bedoeld om parasietgeluiden te weren uit de cabine.