Rijkelijk uitgerust, goed voor het milieu en fiscaal voordelig: er lijkt haast geen reden om de nieuwe Hyundai Ioniq Plug-in niet aan te schaffen. Of toch wel?

De Ioniq plug-in hybride (PHEV) is alvast het slotakkoord in het Ioniq-gamma, nadat Hyundai eerder al de elektrische en hybrideversie van het model presenteerde. De Koreaanse constructeur is daarmee de eerste autoconstructeur die een wagen bouwt met drie mogelijke (gedeeltelijk) elektrische aandrijflijnen. Een leuke wereldpremière, al hangen er toch wat donkere wolken over het geboortewiegje van Hyundai’s PHEV. De Belgische regering maakt immers jacht op de zogenaamde “valse hybrides” (lees: zware hybride SUV’s die nauwelijks een stopcontact van dichtbij zien) en denkt eraan om het fiscaal voordeel te verminderen. De vraag is dus of deze plug-in niet net te laat op de wereld is gekomen, zeker voor de bedrijfswagenmarkt.

Fluisterstil

En dat zou spijtig zijn, want de Ioniq is echt een bijzonder stukje techniek. De 1.6 liter benzinemotor werkt naadloos samen met de elektrische krachtbron, hetgeen resulteert in vlotte overgangen en een fluisterstil motorgeluid in beide aandrijfmodi. Enkel bij zware acceleraties en tijdens het vertrekken merk je dat er ook een benzinemotor “helpt”. Elektrisch rijdt de Ioniq maximaal 60km, gecombineerd zou je in theorie zelfs 1.100 km uit de wagen kunnen persen.

Omdat de oplaadtijd voor de batterij ongeveer 2 uur en 15 minuten bedraagt via het gewone stopcontact is ultrasnel laden voor deze versie niet voorzien. Dat laden kan je via de boordcomputer trouwens programmeren, zodat de Ioniq zich bijvoorbeeld enkel tijdens de daluren oplaadt. Daarenboven recupereert hij energie via het remmen.

Bedankt DCT

Pronkstuk van de Ioniq is echter de DCT-versnellingsbak. Zoals hierboven gezegd wisselt die vlot tussen beide aandrijvingen, maar daarnaast geeft de zestrapstransmissie met dubbele koppeling een rijervaring die dicht bij die van een wagen op fossiele brandstof komt. Door het gebruik van wrijvingsarme lagers en transmissieolie met lage viscositeit krijg je volgens Hyundai een ongeëvenaard efficiënte energieoverdracht. Wie wil ingrijpen op het schakelen (of zich even F1-rijder wil wanen), kan dat trouwens via de peddels aan het stuur.

De bak heeft ook twee modi, sport en eco, waarbij in sport de wagen langer in versnelling houdt en beide motoren efficiënter combineert voor optimale rijprestaties. Naargelang van de gekozen aandrijfmodus worden de achtergrondkleur en wijzerplaten trouwens aangepast om steeds de meest nuttige informatie naar voren te brengen. In de sportmodus toont het scherm bijvoorbeeld een draaiende digitale snelheidsmeter met daarrond een analoge toerenteller met een rode achtergrond.

1
2
3
DELEN