In 1973 zette Porsche de stap naar de drukgevoede wagens door op het Salon van Frankfurt de beroemde 911 Turbo voor te stellen. Een brutale en krachtige wagen, gemaakt voor de weg, die een legende werd, grotendeels door het beeld dat de raceversie creëerde.

1. De context

Bij Porsche waren ze zo opgewekt door de lancering van de 911 Turbo dat de constructeur verklaarde dat het een Groep 5-versie wou bouwen om deel te kunnen nemen aan het wereldkampioenschap enduranceracen. Maar de overstap van de weg naar het circuit was veel radicaler dan je kon vermoeden.

Porsche wou immers niet alleen resultaten rijden met de wagen, maar de 911 RSR 2.1 Turbo werd ook een laboratorium voor de ontwikkeling van turbotechnologie. In die tijd waren Rally, F1 en Enduranceracen de competities bij uitstek. Daar succes boeken betekende dat je scoorde bij het publiek en mensen kon verleiden naar de garage te komen. De racerij was dus onmisbare reclame in een tijd waarin de autosport als nooit tevoren gevolgd werden.

In Groep 5 moest Porsche trouwens het volume van zijn motor verminderen. De reglementen van de FIA stonden immers een cilinderinhoud van maximaal drie liter toe. Maar op andere vlakken kregen de ingenieurs uit Stuttgart wel veel vrijheid …

2. De mechaniek

Daarom lepelden de ingenieurs een nieuw blok in de Porsche, een flat six met een cilinderinhoud van 2,1 liter. In die tijd een technologisch juweeltje, met een carter in magnesium, zijn dubbele ontsteking, zijn Bosch injectie, zijn natriumgekoelde kleppen en enorme KKK turbo. De motor was zo sterk als 500 paarden en werd gekoppeld aan een bak met vijf versnellingen, gezegend met het onmisbare automatisch blokkerend differentieel en gewapend met een koeler om de afstand van een uithoudingsrace te kunnen volbrengen.

3. Het chassis

Stel uzelf voor achter het stuur van zo een wagen: 500 paarden, de grote KKK, een gigantische turbolag, zonder stuurbekrachtiging en in de volle warmte. Je zou gek moeten zijn … of een ware held.

De Rennsport-afdeling van Porsche begon dan wel het chassis van de productieversie als basis, maar de wijzigingen waren talrijk. U merkt bijvoorbeeld ongetwijfeld de onderdelen in glasvezel op, toen nog een materiaal waar volop mee geëxperimenteerd werd: de enorme achtervleugel, gedeeltelijk zwart geverfd om de kleiner te lijken, de uitbouw van de vleugels, de luchtinlaten, de deuren, de motorkap. Het meest extreme onderdeel is echter de achterkant, met de kloof die tussen de lichten ligt… Onmisbaar om aan de vraag om lucht van de intercooler en de turbo te voldoen.

Door zijn enorme wielen lijkt de wagen haast dubbel zo lang? Dat is normaal, het zijn immers die van de 917. Jawel, het prototype… Op het vlak van chassis is Porsche nog verder gegaan, door overal versterkingen toe te voegen, de torsieassen te verwijderen en in te ruilen voor armen in aluminium, schokdempers van Bilstein en progressieve veren uit titanium.

4. Binnenin

Porsche heeft bijna letterlijk alles uit het interieur gehaald. Enkel de stoelen (zonder hoofsteunen, goed voor een whiplash), een rolkooi in aluminium (een materiaal dat niet veel later verboden werd), en een benzinetank net achter de stoelen liet het over. Dat laatste gebeurde trouwens om de balans in de wagen niet te verstoren en (in het geval van een brandstoftank vooraan) te vermijden dat de 120 liter benzine opbranden bij een crash. Daartegenover staat dat het oliereservoir wel naar voren werd verplaatst.

5. De carrière

Dit model is het laatste van vier geproduceerde exemplaren. Hij werd ingezet door Martini Racing en bestuurd door Herbert Müller en de Nederlader Gijs Van Lennep. In zijn eerste wedstrijd, de 24u van Le Mans 1874, werd hij al meteen tweede, zonder vijfde versnelling, achter een Matra.

Na zijn korte racecarrière ging de wagen over in de handen van enkele slimme privéverzamelaars. Die behielden de wagen in originele staat met al zijn technische kabinetstukjes. Daarenboven werd ook het onderhoud piekfijn uitgevoerd en werd er geen enkele historische race mee gereden. De Porsche wordt nu te koop aangeboden door Gooding & Company tijdens de veiling van Amelia Island op 10 maart.

Photos : Gooding & Company