Live in Genève: nieuwe Toyota Auris zweert diesel af

558

Toyota liet deze week verstaan dat het dit jaar nog al zijn diesels uit het (personenwagen-)gamma schrapt, daarom kiest ook deze nieuwe Auris voortaan voor een combinatie van benzine- en hybride motorisaties.

Als we de huidige Auris enige vorm van commercieel succes kunnen toedichten, dan mogen we dat quasi volledig op het conto van de hybride afgeleide schrijven. Op esthetisch vlak heeft de Auris nooit potten weten te breken, een werkpunt waar de Toyota-designers met deze nieuwe generatie duidelijk komaf mee wilden maken. Of de Japanners in hun opzet geslaagd zijn, is een discussie die we wel eens tussen pot en pint willen voeren, feit is dat de voortaan wat agressiever ogende voor- en achterzijde in schril contrast staan met de flanken, die maar bitter weinig visuele spanning creëren.

Zoals verwacht leunt de nieuwe Auris op het nieuwe TNGA-platform, een chassis dat meer rijplezier belooft dankzij een verhoogde rigiditeit en een verlaagd zwaartepunt. De extra centimeters in de lengte en de breedte zouden het ruimte-aanbod ten goede moeten komen. Het blijft voorlopig bij een hypothese, want de nieuwe Auris liet zich in Genève uitsluitend van de buitenzijde bewonderen…

Op mechanisch vlak gaan de dieselmotoren zoals gezegd op de schop, in de plaats daarvan krijgen we de 1,2 liter-turbobenzine die sinds kort in het Toyota-gamma zit, aangevuld met een hybride motorisatie die gebruik maakt van een 1,8 liter-benzinemotor en een versie met een 2 liter-motor die 180 pk levert. Deze nieuwe hybride motorisatie krijgt ook een herwerkte CVT-automaat, waarbij zowel het verbruik als het fameuze ‘koffiemoleneffect’ zouden afnemen. Tot slot komen er nog twee integrale aandrijvingen: één met koppelvectoring en één (E-Four) met een elektromotor op de achteras.