Met de Combo Life presenteerde Opel al zijn derde model met PSA-genen. Maar hoe verhoudt hij zich tot zijn Franse collega’s? Wij gingen bij Opel op de koffie en inspecteerden het model van naderbij.

Een wagen waar ze in Rüsselsheim ook veel van verwachten. Want niet alleen de SUV’s zijn in volle bloei in autoland, ook de vraag naar praktische, op gezinnen gerichte bestelwagens, de zogenaamde ludospaces, neemt alsmaar toe. Tussen 2014 en 2017 nam het marktaandeel van het segment met maar liefst 26% toe en ook de voorspellingen naar de toekomst toe zijn rooskleurig.

Hoog tijd dus om in te zetten op zo’n ludospace, moeten ze bij Opel gedacht hebben. Zeker met behulp van PSA. De Fransen hebben met de Peugeot Rifter (voorheen Partner) en Citroën Berlingo bijna 30% van de markt in handen. Een succes waar Opel (met 5% marktaandeel) graag van wil profiteren.

Frans-Duitse samenwerking

En dat doet hij door zich te baseren op zijn Franse broertjes. Waar de vorige Combo z’n DNA nog haalde bij de Fiat Doblo, zijn de fysieke gelijkenissen tussen de nieuwe Combo Life en de Rifter en de Berlingo duidelijk te zien. Meer nog dan bij de eerste twee kindjes van het huwelijk tussen PSA en Opel, de Crossland X en Grandland X, die toch wel van een eigen identiteit getuigen.

Dat betekent dat de Combo gebouwd wordt op hetzelfde platform als de Rifter en de Berlingo en dat de PSA-drieling ook dezelfde motoren deelt. Reken dus op een 1.5 diesel met een vermogen van 75, 100 of 130 pk. De krachtigste wordt gekoppeld aan een manuele zesbak, terwijl de twee andere versies op een manuele vijfbak kunnen rekenen. De benzinerijders kunnen kiezen uit de 1.2 liter met 110 pk gecombineerd met een manuele zes bak en de even grote benzinekrachtbron met 130 pk met manuele zesbak.

Tot slot nog even aanstippen dat de krachtigste benzine en diesel ook beschikbaar zijn met een achttraps automaat, “uniek in het segment”, aldus Opel, dat ook gewag maakt van een toekomstige 4×4-versie. Of die er even avontuurlijk zal uitzien als de 4×4 conceptversie van de Rifter, betwijfelen we echter.

Teddybeervakje

Hoe zal de Opel zich dan proberen onderscheiden van de rest van het pak? Wel, in Rüsselsheim gaan ze uit van een combo (pun intended) van praktisch nut en technologie. Zo kan je bij de ludospace kiezen tussen de normale (2.790 mm) en lange wielbasis (2.980 mm), waardoor de uiteindelijke lengte respectievelijk 4.400 en 4.750 mm bedraagt en het koffervolume varieert van 597 tot 850 liter. Met de achterste zetels naar beneden groeit dat bij de versie met lange wielbasis zelfs aan tot 2.694 liter. Daarenboven zijn beide versies leverbaar met een derde zetelrij. En nu we toch over zitruimte spreken: die is er wel voldoende in de Combo, maar niet overdreven. Twee grote volwassenen achter elkaar wordt al nipt.

Toch zit je nooit echt om stockageruimte verlegen, er zijn immers heel wat opbergvakjes beschikbaar, zoals boven de hoedenplank (zie foto links), door Opel trots het teddybeervakje genoemd. Als je opteert voor het optionele panoramisch dak, kan je zelfs wat bagage kwijt in de ruimte in het verlichtingselement (zie foto onder). Eentje dat ons trouwens verdacht veel doet denken aan de TL-lampen in de refter van een middelbare school, maar dat geheel terzijde.

Als we dan kijken naar het tweede aspect, technologie, zien we dat de Combo wordt uitgerust met heet wat toeters en bellen die we kennen uit de personenwagens van Opel. Forward Collision Alert, Head Up Display, automatische Cruise Control en een leger aan parkeerhulpsystemen, het maakt dat de Combo eerder aanvoelt als een personenwagen dan als een bestelwagen met extra zetels. Het infotainmentsysteem is tot slot afkomstig van PSA, dus we moeten de vertrouwde Opel-graphics missen, net als het OnStarsysteem, een overblijfsel van het Opels vorige huwelijkspartner, GM.

Conclusie

Met de nieuwe Combo Life heeft Opel duidelijk een stap vooruit gezet in het segment van de ludospaces. Al betreuren we het wel dat de eigenheid die het merk wel wist te behouden in de Crossland X en Grandland X wat verloren is gegaan.