De automobielindustrie staat de komende jaren voor een ongeziene revolutie. De grootste sinds 1885 wellicht, toen Carl Benz ergens in Mannheim de allereerste verbrandingsmotor aan de praat kreeg. Anno 2018 is de toekomst elektrisch… of zit er toch ergens een kink in de kabel? Wij zochten het uit aan de hand van vijf stellingen.

Het gaat hard in autoland, heel hard. Mocht je er nog aan twijfelen, het komende decennium zal onze Belgische automarkt overspoeld worden door elektrisch aangedreven wagens. Daarvan zullen er enkele alweer een volgende automobiele revolutie inluiden: die van de volledig autonome vierwielers. Toch verloopt die ommezwaai niet zonder slag of stoot: de actieradius van elektrische wagens blijft vooralsnog te laag, en bovendien laat de laadinfrastructuur te wensen over. Kwatongen beweren dan ook dat de doorbraak van elektrische voertuigen in ons land vooral kunstmatig wordt geforceerd, aan de hand van fiscale stimuli, terwijl de voorvechters de elektrische auto als het ultieme genot op vier wielen ervaren. Maar wie heeft er nu gelijk? Dat proberen we uit te vlooien aan de hand van deze vijf stellingen.

1. Elektrisch rijden is niet sexy – DEELS WAAR

Je vraagt je wellicht af waarom elektrische auto’s altijd zo’n geforceerd futuristisch (en, laat ons eerlijk zijn, niet altijd even geslaagd) uiterlijk moeten hebben. Wel, wij ook. Feit is dat een elektrische aandrijflijn de mogelijkheid biedt om de geldende designregels overboord te kieperen – waarom zou je nog een motorkap moeten hebben als je elektromotor toch op de achteras ligt en je batterij in de bodemplaat verwerkt zit? – maar dat de meeste constructeurs het (nog) niet aandurven om ingrijpende wijzigingen aan te brengen aan het drievolume-profiel dat zelfs het kleinste kind spontaan uit de mouw schudt. Er is gelukkig wel beterschap op komst, denk maar aan de guitige Volkswagen Neo, de BMW iX3 of de Audi e-Tron, die in ons eigenste Audi Vorst geassembleerd zal worden.

2. Elektrische auto’s zijn de betere rijdersauto’s – WAAR

Liefhebbers van ronkende sportwagens zullen het niet graag horen, maar elektrische auto’s bezitten meer intrinsieke kwaliteiten om het te maken als rijdersauto. Niet alleen bezorgen de laag ingeplante batterijen (die vaak in de bodemplaat verwerkt zitten) de auto een lager zwaartepunt, bovendien is een elektromotor vele malen efficiënter dan een traditionele verbrandingsmotor. Het maximale koppel is al van de eerste omwenteling beschikbaar, waardoor zelfs de meest bescheiden elektrische auto sportwagenprestaties weet neer te zetten aan het stoplicht. Zo neemt een BMW i3 makkelijk de maat van een Porsche, terwijl een Tesla zelfs de snelste Lamborghini’s of Ferrari’s in het zand doet bijten…

3. Elektrische auto’s zijn duurder –VOORLOPIG WAAR

Constructeurs met elektrische voertuigen in de catalogus beweren bij hoog en bij laag dat EV’s de laagste gebruikskosten kunnen voorleggen. Daarvoor baseren ze zich overigens niet alleen op de brandstofkosten, die – ondanks onze hoge elektriciteitsprijzen – nog steeds veel lager uitvallen. Zo bevat een elektromotor ook minder wrijvende onderdelen, de versnellingsbak is vrij van slijtage, en onderdelen als een koppeling en een distributieriem zijn zelfs helemaal afwezig. Daartegenover staat weliswaar een hogere aankoopprijs, terwijl je wellicht ook nog wat extra centen zal willen ophoesten voor de installatie van een eigen oplaadstation. Volgens een studie van het Europese bureau van consumentenverenigingen (BEUC) wordt 2020 echter een scharnierjaar, tegen die tijd zouden elektrische auto’s een TCO (Total Cost of Ownership) hebben die vergelijkbaar is met die van een auto met verbrandingsmotor. Maar als we ook de fiscaalvriendelijke inschrijvings- en verkeersbelasting en de tijdelijke premies mee in rekening brengen, kan een elektrische auto ook nu al een interessant alternatief bieden.

4. Autonomie blijft een heikel punt – NIET WAAR

Voor vele potentiële klanten blijft de beperkte autonomie het ultieme struikelblok om hun vertrouwde dieselauto te laten staan voor een elektrisch exemplaar. Tot voor kort was die ‘range anxiety’ overigens volkomen terecht, want met een gemiddelde actieradius van circa 150 kilometer moest je letterlijk van de ene laadpaal naar de andere rijden om je EV van voldoende elektrische jus te voorzien. Gelukkig zijn de tijden veranderd: enerzijds is het laadnetwerk volop aan het uitdijen, maar anderzijds heeft de autosector ook ingezien dat bijkomende investeringen in batterijtechnologie noodzakelijk waren om de gemiddelde consument in een elektrische wagen te krijgen. Een aantal modellen (Renault ZOE, BMW i3, Nissan Leaf) hebben de afgelopen maanden al een serieuze autonomie-upgrade gekregen, met een (reële) actieradius van 250 à 300 kilometer als resultaat. De absolute uitschieter blijft Tesla, dat met zijn Model S en Model X al vlotjes de 500 kilometer-grens overstijgt.

5. Liever tanken dan opladen – WAAR

Dankzij het pan-Europese Ionity-netwerk, dat een aantal autobouwers samen aan het opzetten zijn, zal je binnenkort op 400 plaatsen kunnen snelladen in 5 à 8 minuten.

We haalden het daarnet al even aan: je elektrische wagen opladen is minder evident dan je zou willen. De investeringen in de laadinfrastructuur hebben er gelukkig al voor gezorgd dat er altijd wel een laadpaal in de buurt is, maar zo’n batterij is – in tegenstelling tot een brandstofreservoir – natuurlijk niet in 1,2,3 volgetankt. Een aantal autobouwers hebben onlangs de handen in elkaar geslagen voor een Europees netwerk van snelladers, maar zelfs dan ben je nog steeds 20 à 30 minuten zoet vooraleer je weer de baan op kan (ter vergelijking: opladen via een klassiek stopcontact neemt quasi een volledige nacht in beslag). Goed plannen blijft dus de boodschap!