In Britse pubs doet het gerucht al een tijdje de ronde als zou Jack Brabham zich opmaken om uit zijn as te herrijzen. De naam van de Australiër zou binnenkort opnieuw op een bolide prijken die zich wil meten met het nieuwe Britse kroonjuweel: de McLaren Senna.

De Brabham BT62 wordt hoe dan ook een circuitwapen, je zal er dus niet mee naar de bakker om de hoek kunnen rijden voor je zondagse pistolets. En eerlijk, het lijkt ons niet meteen de reden om een 972 kilo wegende tweezitter met een 710 pk sterke 5,4 liter-V8 te kopen. Beter zou zijn om er de kwaliteit van de lokale curbstones mee te gaan testen, zeker als je weet dat er tot 1.200 kilogram downforce – stilaan de nieuwe heilige graal onder supercarbouwers, zo lijkt het wel – te genereren valt. Voorwaarde is wel dat je nog ergens 1,3 miljoen euro hebt liggen, plus wat kleingeld voor de BTW, banden en brandstof, naast een habbekrats om een circuit als Le Mans of Spa te huren. Of Mettet, misschien.

Hardcore

Paul Birch, grote baas bij Brabham Automotive en al meer dan… 70 jaar actief in en op het circuit, verklaarde dat het ‘een wagen is die een totale overgave van zijn piloot vereist, maar die ook een enorme voldoening in ruil geeft’. De boodschap is dus duidelijk: dit wordt een rasechte rijdersauto. Er wordt dan ook met geen woord gerept over rijhulpsystemen, noch over elektrificatie, wel over de geplande (of eerder gehoopte) oplage van amper 70 stuks. Of hij echt straffer wordt dan de McLaren zullen we dus nog moeten afwachten, exclusiever wordt hij dus alleszins wel.