Sublieme Aston Martin DBS Superleggera moet Vanquish doen vergeten

921

Gisteren lekten al de eerste officiële plaatjes het net op, vandaag krijgen we het hele verhaal van Aston Martins nieuwste boreling: de DBS Superleggera. Een super-GT met meer dan 720 pk, genoeg alleszins om bij Ferrari en Bentley een aantal alarmbellen te doen afgaan.

Voor Aston Martin betekent de komst van de DBS Superleggera zowel het begin als het einde van een tijdperk. Met de Britse GT, die helemaal aan de top van het Aston-gamma komt te staan, rondt het merk een jarenlange vernieuwingsoperatie af, een ingrijpende koerswijziging die de wat ingedommelde Britse constructeur opnieuw helemaal op scherp heeft gezet. Had Aston Martin met de Vantage en de DB11 al lang bewezen dat het opnieuw echte drivers’ cars kan bouwen (al dan niet met behulp van AMG), dan bewijst het met de DBS Superleggera – een verwijzing naar de gelijknamige en door Touring Milano getekende DB4 uit 1958 – waarom Ferrari & co de komende jaren best op hun tellen passen.

725 pk, 900 Nm

De DBS Superleggera, die een deel van zijn uit aluminium opgetrokken platform deelt met de DB11, ziet zijn gewicht ten opzichte van de Vanquish S dalen met zo’n 70 kilogram, maar zet niettemin nog steeds 1.693 kilogram op de bascule. Ook de 5,2 liter grote V12 verhuist mee, al ziet die zijn vermogen wel stijgen tot 725 pk en 900 Nm, waarden waarmee hij (in eigen rangen) enkel de buitenaardse Vulcan en Valkyrie moet laten voorgaan. Ook bij de concurrentie kunnen er maar weinig mee, volgens Aston Martin zou zelfs de 800 pk sterke Ferrari 812 Superfast in de hernemingen de duimen moet leggen. Vanuit stilstand boort de DBS Superleggera zich na 3,4 seconden door de 100 km/u-grens, de topsnelheid bedraagt 338 km/u.

Om al dat geweld in toom te houden, zegent Aston Martin zijn kroonjuweel – de Valkyrie even buiten beschouwing gelaten – met een op de DB11 geënt koetswerk, voorzien van heel wat aerodynamische gimmicks. Zo noteren we de ‘Curlicues’ aan de voorste wielkasten om het lifteffect op de voortrein te verminderen, terwijl de Aeroblade II op de kofferklep de luchtstroom als het ware door het koetswerk laat glijden om meer downforce te genereren, een trucje dat Aston Martin eerder al toepaste op de DB11. Desondanks – en ondanks de standaard gemonteerde carbonkeramische remschijven – positioneert Aston Martin zijn DBS Superleggera vooreerst als de ultieme GT, eerder dan een tot de tanden gewapend scheurijzer. In die optiek blijft bijvoorbeeld de Track-modus uit de Vanquish achterwege, terwijl het gamma volgend jaar nog verder wordt uitgebreid met een dakloze Volante-versie. Al zal je daar wellicht nog wat meer centen voor moeten ophoesten dan de ruim 300.000 stuks die Aston Martin je vanaf het najaar voor deze gesloten versie afhandig wil maken…