Tijdens de presentatie van de nieuwe Santa Fe bevestigde de Koreaanse autobouwer aan onze redactie dat er zowel een hybride als een oplaadbare hybride van zijn grootste SUV in de steigers staat.

Voor merken als Hyundai, die in onze contreien het gros van hun verkoop op het conto van hun SUV-gamma mogen schrijven, is de ontdieseling, en dan vooral de licht stijgende CO2-uitstoot die ermee gepaard gaat, geen sinecure. Europa eist namelijk dat de constructeurs tegen 2021 onder de gemiddelde CO2-limiet van 95 gram per kilometer duiken, en dat terwijl het gemiddelde vorig jaar nog met 2 gram steeg tot 118,5 gram per kilometer. En hoewel de grotere en zwaardere SUV’s een deel van het probleem zijn, vormen ze volgens Hyundai zowaar ook een deel van de oplossing.

Hybride: de gulden middenweg?

Omdat de Zuid-Koreanen maar al te goed beseffen dat (een deel van) het Hyundai-publiek nog niet klaar is om zijn benzine- of diesel-SUV aan de kant te schuiven voor een elektrische Kona, voorziet de autobouwer binnenkort in een (mild) hybride uitvoering van de Tucson. Die ziet zijn 2 liter-dieselmotor ondersteund door een 0,44 kWh grote (of kleine, zo je wil) lithium-ionbatterij, een 16 pk sterke elektromotor en een alternator-starter, goed voor een verbruiks- en dus ook CO2-winst van zo’n 7 procent.

Ook de vierde generatie van de Santa Fe, die dit najaar op de markt verschijnt met een 2.0 of een 2.2 liter-diesel in de neus, krijgt op termijn een hybride afgeleide. Twee zelfs, want Hyundai bevestigde ons ook een nog wat zuinigere plug-in versie. Beide maken deel uit van de 16 geëlektrificeerde Hyundai’s die we tegen 2025 mogen verwachten, al zou de lancering van de hybride Santa Fe’s nog voor het einde van dit decennium een feit moeten zijn.