Afgelopen weekend bereikte de Vlaamse regering een princiepsakkoord over de invoering van een slimme kilometerheffing voor personenwagens. Al schuiven de Vlaamse meerderheidspartijen de concrete uitwerking van die maatregel wel nog even op de lange baan …

De beslissing kadert in een reeks maatregelen die moeten zorgen voor een “omslag naar een proper, duurzaam en koolstof arm Vlaanderen”. Belangrijk om weten is dat het hier om een principeakkoord gaat, waardoor we de concrete invulling van de maatregel nog niet kennen. Hoe de slimme kilometerheffing, ook bekend onder de naam rekeningrijden, zal worden uitgewerkt en wanneer hij zal worden ingevoerd, dat zijn vragen voor de volgende Vlaamse regering (in het voorjaar van 2019 zijn er regionale verkiezingen, nvdr.).

Een “slimme” heffing

Wat we wel al weten, is dat het om een slimme kilometerheffing zal gaan, waarbij bestuurders die zich tijdens de spitsuren en op drukkere plaatsen met de wagen verplaatsen harder belast zullen worden dan zij die zich buiten de spits op de openbare weg begeven. De regering hoopt op die manier het aantal gereden kilometers met 15% te verminderen, om zo de fileproblematiek voor een deel op te lossen en de luchtkwaliteit in Vlaanderen te verbeteren.

De heffing moet trouwens een budgetneutrale maatregel worden. Ze zal de huidige Belasting op Inverkeerstelling (BIV) en de jaarlijkse verkeersbelasting vervangen. Daardoor verschuift de belasting van het bezit van een wagen naar het gebruik ervan. Wie veel rijdt, zal dus zwaarder belast worden, wie slechts sporadisch zijn auto gebruikt zal waarschijnlijk goedkoper uitkomen.