Koop eens een stukje Le Mans-geschiedenis

485

Na de jarenlange hegemonie van Ferrari aan het begin van de jaren ’60, liet Ford van 1966 tot 1969 een Amerikaanse wervelwind waaien over het Circuit de la Sarthe. De bloedmooie en pijlsnelle GT40-supercar reeg er de zeges aan elkaar, binnenkort kan je zelfs één van die Le Mans-legendes in je garage parkeren.

Het verhaal van de Ford GT40 voert ons terug naar een sappig hoofdstuk uit de autogeschiedenis, waarin de heren Ferrari (Enzo) en Ford (Henry) hun onderlinge vete – Ford was goed op weg om de Italiaanse constructeur in te lijven, tot Enzo himself er een stokje voor stak en zijn levenswerk verkocht aan Fiat – wilden beslechten op het circuit. Ford had zijn zinnen gezet op de 24 uur van Le Mans, waar al sinds het begin van de jaren ’60 geen maat bleek te staan op het merk met het steigerende paard. In het verre Detroit ontbood een op wraak beluste Henry Ford zijn knapste koppen, en gaf hen de opdracht om een onoverwinnelijke langeafstandsracer te ontwikkelen, gebaseerd op de Lola GT van de Britse ingenieur Eric Broadley. De rest is inmiddels geschiedenis: de GT40 kwam, zag, en overwon.

De in ‘Kandy Gold’ gespoten bolide die volgende maand door RM Sotheby’s geveild wordt tijdens de Monterey Car Week, is het exemplaar van Ronnie Bucknum en Dick Hutcherson, die in 1966 als derde over de meet kwamen en zo voor een historische treble zorgden. Ondanks talloze modificaties en ongelukkige vergissingen (de wagen werd een tijdlang verkeerdelijk aanzien als de wagen die als tweede over de meet was gekomen, waardoor historisch correcte verzamelaars hem opnieuw in die specificatie hadden laten restaureren) verkeert de GT40 vandaag opnieuw in een smetteloze conditie. Tel daar nog zijn buitengewone bijdrage aan de Amerikaanse autosportgeschiedenis bij, en je zou – althans, volgens de inschattingen van RM Sotheby’s – tussen de 7,5 en 10 miljoen euro moeten veil hebben, wil je deze levende legende volgende maand aan je collectie toevoegen…

Foto’s: RM Sotheby’s