Wat je (niet) moet onthouden over het Salon van Genève 2019

657

De moeder aller autosalons, de hartslag van de auto-industrie. Telkens het Salon van Genève ten berde wordt gebracht, zijn superlatieven nooit veraf. Toch verlieten we de Zwitserse bühne dit jaar met gemengde gevoelens, ondanks het ongebreidelde EV-optimisme waarin de constructeurs zich zo graag wentelen. Even recapituleren?

  • Elektrisch is het nieuwe normaal

Autobouwers willen ons al een paar jaar doen geloven dat de elektrische auto het wondermiddel is tegen alle klimaat- en mobiliteitskwaaltjes, maar hun stekkerstatement in Genève was er één van nooit eerder geziene omvang. De beloftevolle concept cars die de voorbije jaren de autosalons afstruinden, hebben intussen plaatsgemaakt voor quasi productierijpe EV’s met een aanvaardbare autonomie en een vertrouwd(-er) design, bij een merk als Audi – nochtans geen kleine garnaal – was in de verste verte geen traditionele benzine- of dieselwagen meer te bespeuren. Dat we fantastische tijden tegemoet gaan van zodra de elektrische en autonome wagen is ingeburgerd, daarover lijkt iedereen het unaniem eens. Niet dat we het feestje willen verknallen, maar… zijn we nu niet wat te hard van stapel aan het lopen, jongens?

Terwijl we die elektrische goednieuwsshow aan het gadeslaan waren, konden we ons alleszins niet van de indruk ontdoen dat de sector, die de voorbije 130 jaar op fossiele brandstof heeft gedraaid, één detail over het hoofd ziet: mensen houden niet van verandering, laat staan dat ze zich graag in een bepaalde richting laten drijven. Kijk maar naar de storm aan reacties die Volvo’s (nochtans erg verdedigbare) snelheidsbeperking de voorbije dagen teweeg heeft gebracht. Of de ogen als vuurballen, wanneer onze teergeliefde bedrijfswagen plots ter discussie wordt gesteld.

Bovendien zou je je op z’n minst de vraag kunnen stellen of onze markt wel rijp is voor zo’n Copernicaanse revolutie, gezien de infrastructurele (waar gaan we laden?), praktische (vanwaar komt al die stroom?) en financiële (wie gaat – of kan – dat betalen?) vraagtekens die nog steeds rond elektromobiliteit hangen…

  • De plug-in hybrides komen. En ze zijn met veel.

De constructeurs weten natuurlijk ook wel dat lang niet iedereen zijn benzine- of dieselstoof binnenkort aan de kant zal schuiven voor een full-EV. Toch worden ze op hun beurt gedwongen om de vergroening van het Europese wagenpark te versnellen, vermits de EU vanaf 2021 met zware boetes zwaait voor autobouwers die niet willen (of eerder kunnen) voldoen aan de strengere CO2-limieten (gemiddeld 95 g/km). Het verklaart meteen ook waarom we in Genève een ontiegelijk aantal stekkerhybrides mochten verwelkomen. Zowel Mercedes-Benz, Audi, Peugeot als BMW pakken dit jaar nog uit met een indrukwekkende armada aan plug-inmodellen, terwijl ook Jeep en Volkswagen hun kernmodellen (o.a. de Renegade en Passat) maar al te graag aan de stekker hangen. Dankzij de gunstige WLTP-waarden – PHEV’s belanden om fiscale redenen steevast net onder de magische CO2-grens van 50 g/km – en een haast verdubbelde elektrische actieradius (tot 80 kilometer, in bepaalde gevallen) lijken de plug-in hybrides een ideaal tussenstation te worden voor klanten die de mentale sprong naar elektrisch rijden nog niet meteen durven te nemen.

  • FCA is weer alive and kicking

Opvallende vaststelling op het Salon van Genève: alle merken uit de FCA-stal hadden nog eens échte nieuwigheden meegebracht. Naast de PHEV-nieuwigheden bij Jeep waren we vooral gecharmeerd door de Fiat Centoventi – een elektrisch studiemodel dat wel eens zou kunnen uitmonden in de toekomstige Panda – en de Alfa Romeo Tonale Concept, de compacte (en alweer plug-in hybride) SUV die het merk wel eens definitief uit het slop kan halen.

  • Geld stinkt niet…

Hoewel de volumemerken dit jaar een aantal levensbelangrijke modellen in de schijnwerpers reden (Renault Clio, Peugeot 208, Mercedes-Benz CLA Shooting Brake, …), blijft het Salon van Genève vooral dé bakermat voor alles wat decadent, over-the-top en hyperexclusief is. In een land waar geldkranen rijkelijk vloeien en de miljoenen net niet aan de bomen groeien, doen nieuwe start-ups jaar na jaar een gooi naar eeuwige roem en rijkdom. Dit jaar was het de beurt aan Automobili Pininfarina, dat de aandacht naar zich toetrok met de 1.900 elektrische pk’s tellende Battista, of het al even nieuwe Piëch Automotive, dat de gevestigde waarden komt uitdagen met de (alweer elektrische) Mark Zero.

Bij die gevestigde waarden viel overigens ook alweer heel wat lekkers te spotten, met hoofdrollen voor Bugatti’s La Voiture Noire – check die zesvoudige uitlaat! – en de twee nieuwe supercars van Aston Martin: de Vanquish Vision Concept en de AMR RB-003. Om nog maar te zwijgen over de Aventador SVJ Roadster. Of de Mercedes-AMG GT R Roadster. En zo kunnen we dus nog wel een tijdje doorgaan…

  • … en missen is menselijk

Ontgoochelen deed het Salon van Genève dus allerminst (ondanks de afwezigheid van namen als Opel, Volvo, Jaguar, Land Rover en Hyundai), al waren er zeker ook een aantal merken waarvan we wat meer hadden verwacht. Zo lijkt Mazda’s CX-30 de KODO-designtaal niet helemaal te begrijpen, heeft Polestar het sympathieke Volvo-imago ingeruild voor Tesla’s koele marketingcultuur en illustreerde het Britse Ginetta hoe je ook zonder enig gevoel voor esthetiek een supercar kunt bouwen. Toch was er ook dit jaar geen kruid gewassen tegen de ‘creaties’ van het Duitse Mansory. Wat een gedrochten…