Test Citroën C5 Aircross: Non-conformist

1075

Terwijl auto’s vroeger elk hun eigen persoonlijkheid hadden, zijn ze de laatste jaren steeds meer op elkaar gaan lijken, met de Duitse modellen als referentie die elke constructeur probeert te evenaren. Citroën beslist echter tegen de stroom in te zwemmen.

Tot zo’n 20 jaar geleden kon je van veel auto’s met een blinddoek op raden in welk land het moederhuis lag. Duitse constructeurs hadden een andere filosofie dan Franse, Amerikaanse auto’s voelden helemaal anders aan dan Japanse en de Italianen deden altijd hun eigen ding. Tot de markt op een bepaald moment besliste dat de ernstige Duitse filosofie de na te streven norm zou worden. Niet verwonderlijk ook: door hun ‘premium’-imago zijn klanten bereid om meer geld op te hoesten voor modellen van Audi, BMW en Mercedes, wat de winstmarges vergroot. Welke autobouwer wil dat model niet kopiëren?

Gewaagde zet

Citroën, blijkbaar. Na een paar jaar te hebben geprobeerd om Duits ogende auto’s te bouwen – kijk maar naar het opvallend ‘on-Franse’ design van de laatste C5 berline – hebben de Fransen beslist om terug te keren naar hun wortels. Zowel het design als het rijgevoel mogen weer onbeschaamd Frans zijn en Citroën kiest voor een filosofie waar je van houdt of net niet. Na de C4 Cactus, de C3 en de C3 Aircross maken we vandaag kennis met de C5 Aircross.

Druk design

Terwijl de meeste modellen in dit segment vooral heel hard hun best lijken te doen om er hetzelfde uit te zien, springt het design van de nieuwe C5 Aircross er alvast sterk uit: in plaats van strakke lijnen en agressieve hoeken kiest dit model voor een opvallend bolrond ontwerp met veel drukke, cirkelvormige details, vaak zelfs in een andere kleur dan de rest van de auto, en dat typische gezicht met de lichtblokken op twee niveaus. Je houdt ervan of niet, maar een gebrek aan persoonlijkheid kan je de C5 Aircross alvast niet verwijten.

Ook in het interieur biedt Citroën veel frissere tinten aan voor de stoelen en het dashboard dan de ‘Fifty Shades of Grey’ van de gemiddelde SUV. Daar staat tegenover dat de ergonomie wat minder geslaagd is en dat het infotainmentsysteem soms zeer traag reageert. Een ander minpuntje is dat achterin instappen wat moeilijker is omdat de sokkel van de achterbank vrij dicht bij de B-stijl staat, terwijl ook de hoofdruimte op de buitenste plaatsen beperkt is.

A l’aise

De C5 Aircross is beschikbaar met vier motoren, die allemaal enkel de voorwielen kunnen aandrijven: twee instappers (benzine en diesel) met 130 pk (1.2 THP of 1.5 BlueHDi) en naar keuze een manuele zesbak of achttrapsautomaat EAT8, en twee topmotoren met 180 pk (1.6 THP op benzine of 2.0 BlueHDi op diesel), standaard met EAT8-achttrapsautomaat. Volgend jaar volgt nog een fiscaal interessante plug-in hybride met 225 pk en een CO2-uitstoot van minder dan 50 g/km. Wij konden enkel de twee 180 pk-versies testen, en vonden geen van beide bijzonder snel aanvoelen.

Maar net daar onderscheidt deze Citroën zich: voor hem hoeft het allemaal niet zo haastig. Dankzij een slimme ophanging met progressieve hydraulische aanslagpunten voor de schokdempers – standaard op alle versies – rijdt deze auto zo comfortabel dat je vanzelf gaat onthaasten. Neen, deze SUV gaat niet snaarstrak door bochten en in rechte lijn deint hij zelfs wat ouderwets. Maar wat een weergaloos ophangingscomfort biedt hij… Je moet zelf ervaren hoe deze auto diepe gaten in het wegdek zo meesterlijk filtert dat je ze aan boord helemaal niet voelt om het te kunnen geloven, en vanuit dat oogpunt is hij veel luxueuzer dan om het even welke andere SUV op de markt.

Conclusie

De Citroën C5 Aircross is niet de snedigste of snelste SUV op de markt en de ergonomie kan beter. Maar of je nu valt voor zijn look of zijn interessante tarieven – hij is veel goedkoper dan een technisch identieke Peugeot 5008 –, je koopt met deze auto een rijdend warm bad, die comfort met een zeer grote C schrijft en zich zo een unieke plaats weet te verwerven in de tegenwoordig zo drukke en uniforme C-SUV-segment.

Tekst: Bert Troubleyn